Waarom staat er per land een andere ondergrens?
Omdat één drempel voor alle tien een lijst oplevert waar een heel land op ontbreekt. Oostenrijk, Zwitserland en Frankrijk staan hier vanaf vijftig kilometer piste (met Saas-Fee en Orcières Merlette als twee uitzonderingen net eronder), Italië vanaf veertig, Andorra vanaf dertig, Zweden vanaf twintig, en Duitsland, Tsjechië, Noorwegen en Finland vanaf tien. Geen enkel Duits of Tsjechisch gebied haalt die vijftig (het grootste Duitse, Garmisch-Classic, komt op 37,8 kilometer in onze meting, het grootste Tsjechische, Klínovec, op 20,4), in Noorwegen haalt alleen Trysil hem en in Finland alleen Levi, dus bij de Oostenrijkse grens zouden vier landen vrijwel of helemaal wegvallen. In Italië blijven er boven de vijftig na ontdubbelen zeventien over, en dan ontbreken Canazei, Arabba, Courmayeur en San Martino di Castrozza, gebieden waar Nederlanders wél heen gaan. In Zweden worden het onder de twintig kilometer dorpsliften, en Andorra heeft boven de dertig precies zijn twee grote gebieden.
Wat dat betekent voor de aantallen: de Oostenrijkse selectie is compleet met achtentwintig gebieden, de Zwitserse met achttien plus Saas-Fee, de Italiaanse met vijfentwintig na het overslaan van drie koepels, de Franse met zestien gebieden boven de honderd kilometer en zeventien uit de band van vijftig tot honderd plus Orcières Merlette, de Tsjechische met zeven en de Andorrese met twee. Duitsland, Zweden, Noorwegen en Finland staan compleet in hun vergelijkingstabel, maar niet elk gebied heeft een pagina: van de vierentwintig Duitse hebben er eenentwintig een, van de vijftien Zweedse dertien, van de tweeëndertig Noorse zeventien en van de zeven Finse vijf. De andere wachten op beeld waarvan de herkomst vastligt.
Welk land ligt het dichtst bij Nederland?
Duitsland, en met ruime afstand. Winterberg en Willingen liggen op 315 kilometer van Utrecht, drieënhalf uur rijden. Daarna komt Tsjechië: Klínovec en Plešivec in het Ertsgebergte liggen op 706 en 707 kilometer, bijna acht uur. Het dichtstbijzijnde Oostenrijkse gebied op deze site is Montafon op 8,9 uur, het dichtstbijzijnde Zwitserse Meiringen-Hasliberg op negen uur, het dichtstbijzijnde Franse Super Besse in het Centraal Massief op ruim tien uur en het dichtstbijzijnde Italiaanse Livigno op 972 kilometer, bijna elf uur. Andorra ligt op 1.312 kilometer, ruim veertien uur naar Grandvalira. Het noorden is een andere reis: Romme Alpin in Zweden ligt op 1.595 kilometer en Norefjell in Noorwegen op 1.609, allebei ruim achttien uur, en het dichtstbijzijnde Finse gebied, Ylläs, op 2.721 kilometer over de weg, om de Botnische Golf heen; niemand rijdt dat.
Dat geldt wel alleen voor het Sauerland. De Beierse gebieden liggen op acht tot negen uur, even ver als Tirol, bij een fractie van de omvang. Alle reistijden zijn op dezelfde manier gerekend, vanaf Utrecht bij vrije doorstroming en zonder de veerboot die de meeste reizigers naar het noorden nemen, en daarom onderling te vergelijken; per land staan ze naast elkaar in de vergelijkingstabellen van Oostenrijk, Duitsland, Italië, Zwitserland, Frankrijk, Tsjechië, Andorra, Zweden, Noorwegen en Finland.
Wat maakt de landen anders?
Omvang en hoogte, en die lopen per land uiteen. Het grootste gebied van de site ligt in Frankrijk: Les Trois Vallées, 496,7 kilometer piste in onze meting. Op hun eigen opgave is de SkiWelt met 275 kilometer het grootste Oostenrijkse gebied, in onze meting Saalbach met 253,1; in Zwitserland meten wij Zermatt op 208,5 kilometer, in Andorra Grandvalira op 136,6 (215 volgens de exploitant), in Italië Alta Badia op 127,4, in Zweden Åre op 114,7 en in Noorwegen Trysil op 100,6. Het grootste Finse gebied, Levi, komt op 51,1, het grootste Duitse, Garmisch-Classic, op 37,8, en het grootste Tsjechische, Klínovec, op 20,4 gemeten kilometer bij 29,5 volgens de exploitant. Het hoogste punt van de site ligt in Zermatt, op 3.872 meter; aan Franse kant reikt Les Deux Alpes tot 3.511. Aan Oostenrijkse kant loopt Sölden volgens de exploitant door tot 3.340 meter en komt Stubai in onze eigen meting tot 3.208; Grandvalira in Andorra komt tot 2.619. Het hoogste punt van Winterberg ligt op 825 meter, de Zugspitze, het enige Duitse gletsjergebied, reikt tot 2.627, en de Černá hora bij Janské Lázně, de hoogste Tsjechische top op deze site, tot 1.280. Het noorden is laag: Hemsedal is met 1.439 meter de hoogste Noorse piste op deze site, Åre met 1.416 de hoogste Zweedse, en in Finland komt geen enkel gebied boven de 754 meter van de Pallastunturi.
In Italië is de skipas groter dan het gebied: elf van de vijfentwintig gebieden liggen op Dolomiti Superski, één pas over twaalf dalen, maar je skiet niet van Kronplatz naar Cortina. Wij meten elk dalgebied apart. Frankrijk verschilt op twee andere punten: groen is er een volwaardige moeilijkheidsgraad (over de vierendertig Franse gebieden meten wij 600,0 kilometer groen, over de achtentwintig Oostenrijkse 22,0), en het skigebied is er meestal een gebouwd station in een gemeente die anders heet, waar in Oostenrijk het skigebied het dorp ís. Zweden, Noorwegen en Finland zijn de landen van de sleeplift en de brede groene oefenpiste, met een handvol bergen met echt verval: van de veertig liften van Trysil zijn er 25 sleepliften, en Sirdal in Noorwegen is voor zeventig procent groen. Wie hoogte zoekt heeft in Duitsland, Tsjechië en het noorden weinig keuze; wie een korte rit zoekt des te meer. Andorra zit ertussenin: dorpen tot boven de 2.000 meter op ruim veertien uur rijden.
Lees je hier de opgave van het gebied of onze eigen meting?
Dat verschilt per pagina, en de pagina zegt het erbij. Publiceert een skigebied zelf een verdeling van zijn pistekilometers per moeilijkheidsgraad, dan staat die erop met de bron en de raadpleegdatum. Doet het dat niet, dan staat er onze eigen meting uit open kaartdata.
Die twee getallen zijn niet met elkaar te vergelijken, ook niet tussen landen, want hoeveel gebieden op een opgave staan verschilt sterk: in Duitsland doen twee van de vierentwintig exploitanten dat, in Italië alleen Alta Badia, in Zwitserland vijf van de negentien, in Tsjechië alleen Klínovec, in Frankrijk geen enkele, en in Oostenrijk bijna de helft. In Andorra, Zweden, Noorwegen en Finland publiceert geen enkele exploitant met een pagina hier een verdeling per graad, dus daar staat elke pagina op onze meting; wie een totaal noemt, zoals Grandvalira, Ylläs, Hovden of Branäs, staat daar in de tekst mee.